Als kind van een pionier op het gebied van de in Europa gespeelde Boogie-Woogie & Blues zou je al snel denken dat die muziekstijl er met de paplepel werd ingegoten. Uiteraard was er in ons huis in Krommenie ‘weleens’ muziek als mijn vader zelf wat zat te spelen, maar er werd echter vrijwel nooit muziek gedraaid. Logisch eigenlijk wel, want iemand die 3,4 of soms 5 keer in de week optreedt heeft dan eigenlijk wel even genoeg muziek gehoord. Wat dat betreft herhaalt de geschiedenis zich als ik zelf kijk naar hoeveel mijn kinderen hebben meegekregen en meekrijgen van ‘muziek in huis’. Evengoed, DNA verloochent zich niet en bewandel ik dus nu reeds 31 jaar hetzelfde pad als mijn vader.
De eerste keer dat ik zelf echter bewust een plaat ‘meemaakte’ was door toedoen van mijn buurjongen die in 1987 het pas uitgebrachte U2-album ‘The Joshua Tree’ aan mij liet horen. Wat een sound… En die gitaar… Hele landschappen trokken aan mijn ogen voorbij. Later, toen ik een platenspeler kreeg dook ik direct in de zeer bescheiden ‘collectie’ van mijn vader en moeder. Little Richard, The Rolling Stones, Erroll Garner, Ten Years After, Elvis, Randy Newman etc. Prachtig vond ik het. Zo ook ‘A hard Road’ van John Mayall & The Bluesbreakers. Dat werd een van mijn favorieten toen ik later begon met gitaarspelen. Ik heb die LP nog eens laten signeren door John Mayall. Maar ja… Die heeft Kees Dusink al genoemd… Hmmm… Dan kies ik nu voor de dubbel-lp ‘John Lee Hooker & Canned Heat’ met als hoogtepunt de 12-minuten durende versie van ‘Boogie Chillun’ met daarin een absolute weergaloze glansrol voor Alan Wilson die daar een stuk mondharmonica op blaast waar ik tot op heden kippenvel van krijg. Mijn vader kon daar ook enorm van genieten. Die power, die puurheid! Wat mij betreft een ondergeschoven kindje, zowel deze vertolking als Alan Wilson zelf. Enjoy!