LP van de maand

Bluesliefhebber en bestuurslid Willem van de Kraats trekt al jarenlang elke zondagochtend een LP uit zijn grote collectie vinyl, gaat er lekker voor zitten met een kopje koffie en geniet van de blues. Dat zondagse ritueel bracht ons op het idee om dit maandelijks op grotere schaal te gaan doen. Bluesliefhebbers kiezen hun favoriete LP, schrijven er hun persoonlijke herinneringen bij en mailen die naar lpvandemaand@bluesinwijk.nl.  Willem en Jos du Floo vormen samen een jury en kiezen de leukste inzending eruit. We publiceren die keus op onze website, delen het op social media en Jos draait een maand lang elke zondag een nummer van de LP in zijn bluesprogramma ‘Highstreet Jazz&Blues’ op Regio90FMDe eerste LP van de maand werd zondag 4 oktober 2020 bekend gemaakt door Jos.  Hieronder kunnen alle verkozen LP’s en de verhalen worden teruggelezen en ontstaat de komende jaren een mooi archief van prachtige blues LP’s.

januari 2025

Dit album bezegelde de deal voor mij! Hoe het live optreden van mijn vader rauw en natuurlijk vastgelegd is. Vanaf het eerste nummer hoor je de helderheid van zijn Gibson 335 en de kracht en emoties van zijn stem geven je kippenvel. Om hem te horen hoe hij zijn idolen Otis Rush en BB King door de avond loodst, alleen maar om zijn eigen draai en persoonlijkheid in deze set te leggen. Geweldige registratie, die zijn toewijding en respect voor het genre laat zien. En hij geeft alles wat hij heeft aan het publiek en de luisteraars. Ik wist dat ik deze benadering moest leren om zelfs maar te proberen om in de business te komen. Dus dit album is voor mij Luther Allison op zijn best! Zeg je Ego Vaarwel, Speel de Muziek, Hou van de Mensen, op de Allison Manier!
Bernard Allison

december 2024

In de jaren 80, het decennium waarin ik in mijn puberjaren verkeerde (ik ben van ’69), logeerde ik, net als in mijn kinderjaren, nog weleens bij mijn neef in Santpoort-Zuid, die iets ouder was dan ik. Ik was zelf, mede door hem, enorm ‘into Elvis’ en van daaruit kwam ik bij de anderen, zoals Jerry Lee Lewis, Fats Domino, Johnny Cash en Little Richard. Week in week uit spitte ik thuis de Vara-gids door op zoek naar de spaarzame uitzendingen van- en over die muziek; in de week van 16 augustus, de datum dat Elvis in 1977 was overleden, moest alles wijken voor al datgene wat vaak in die week op televisie kwam over-, met- en van Elvis; vaak tot tranen geroerd liet ik me meezuigen in de talloze docu’s, films, die toen nog bij de zenderbazen voorbij kwamen. Vanuit mijn voorliefde voor deze, toen al, ‘oude shit’ ontstond mijn totale gebrek aan muzikale aansluiting bij mijn leeftijdsgenoten. Daar waar bijna iedereen rondliep met buttons van Doe Maar, liep ik rond met Elvis buttons op mijn ‘net niet’ spijkerjasje. Op discofeestjes was het meest hippe wat ik aanvroeg Shakin’ Stevens of de band Racey. Tijdens één van de logeerpartijen bij mijn grote neef, waarbij we spelletjes deden, (niet zo) stoere verhalen uitwisselden en op de achtergrond zijn cassettebandjes luisterden van de eerder genoemde voor ons ‘usual suspects’, kwam er ‘iets’ langs wat direct mijn aandacht trok. Er kwam een vrij langzaam nummer langs, met tussendoor iets wat ik toen nog niet kon duiden. Iemand speelde tussen de zanglijnen door iets, waarvan ik dacht en vooral voelde ‘hoe kun je zo mooi zoveel verschillende tonen/noten als opvulling spelen en toch steeds weer uitkomen voordat die ander weer gaat zingen?’. Wat was dat? En vooral, wie was dat? Nee, internet was er toen nog lang niet en de muziek stond op een door iemand samengesteld cassettebandje. Dus geen hoes, geen naam, geen deskundige, geen idee…. (ik speelde zelf alleen op behoorlijk hoog niveau blokfluit en was inmiddels slechts eigenaar van een gitaar) Ik kan me niet helemaal meer herinneren hoe ik daar toen achter gekomen ben. Wellicht dat neef-lief zijn bronnen kende. Misschien nam hij het op van de radio, of had hij iemand in zijn omgeving die de bandjes voor hem opnam? In ieder geval kwam ik er toch best snel achter dat de muzikant van dat nummer Muddy Waters heette. Maar ja, wie was dat nou die die ‘dingetjes’ zo perfect getimed tussen de zanglijnen propte? Het bleek piano, dus van de pianist, en dat was in die opname een muzikant genaamd Otis Spann. Achteraf denk ik dat ik gewapend met de naam Muddy Waters de platencollectie van de Heemsteedse bibliotheek ben ingedoken en daar op een platenhoes heb uitgevonden dat één van Muddy’s pianisten Otis Spann was. In die bibliotheek hadden ze in mijn herinnering best een aardig grote collectie platen. Je kon voor 50 cent of 1 gulden (dubbel-LP) drie weken zo’n plaat huren. En thuis zette je dan zo’n plaat over op een cassettebandje. En tijdens huiswerk was daar nou eenmaal altijd tijd voor…. En het mooiste was dat je je eigen ‘verzamelaars’ kon samenstellen. Inderdaad was Muddy Waters met diens Otis Spann het vertrekpunt van mijn interesse in de bluesmuziek. Als ik terugdenk aan de pareltjes die ik toen huurde bij de bieb, komt best een mooi lijstje van muzikanten en LP’s in mijn herinnering, die ik hier allemaal wel zou willen bespreken, waaronder mijn eerste zang-inspiratie Luke ‘Longgone Miles’. Maar eerlijk=eerlijk, mijn crossover van de country en Rock ’n roll naar de blues, was op dat moment, dat nummer, op dat cassettebandje bij mijn neef. The Muddy Waters Blues Band featuring Otis Spann. Ik huurde de LP ‘Portraits in Blues’ van Otis Spann. Nu, met terugwerkende kracht, zijn er voor mij een paar belangrijke momenten in mijn leven, die toevallig of niet, een link hebben met deze, in 1970 overleden (41 jaar), Otis Spann.  Inderdaad hoorde ik op deze LP dat Otis Spann echt een meester was op de piano. Boogie Woogie was mij bekend (‘Boogie Woogie, Rob Hoeke), maar bluespiano is dan toch echt iets anders. Wat een timing, wat een sound, wat een stem. Het eerste nummer op deze LP van Spann is “Goodmornin’ Mr. Blues”. (Goodmornin’ Mr. Blues, blues how do you do?…) Ik maak een kleine sprongetje in de tijd: het is inmiddels eind jaren 80 (87 of 88?); in de roemruchte Haarlemse Jazzclub is op zondag een jamsessie, onder leiding van onder andere pianist Ed Comaita (met wie ik samen in 1993 mijn eerste serieuze band ‘A Crossroads Deal’ oprichtte). Het was een warme zomerse dag en ik had me voorgenomen, omdat het vanwege de warmte en vakantieperiode waarschijnlijk vrij rustig zou zijn, te overwegen de sessieleider aan te spreken en misschien wel te durven vragen een nummer te zingen. Doodeng vond ik het, maar ik wilde het zo graag. Voor aanvang van de sessie om 15.00 uur was ik binnen in de rommelige maar oh zo sfeervolle jazzclub. ‘Meneer, zou ik misschien een liedje kunnen zingen straks?’; ik had het gevraagd…, ik had het gewoon gedaan. Point of no return….pffff. Maar ik was, hoe eng ik het ook allemaal vond, tot de tanden toe voorbereid. Ik ging twee nummers doen: de eerste was een nummer wat ik inmiddels kende van de Muddy Waters Blues Band, “Everything’s gonna be alright”. Het mooie aan dit nummer vond, en vind, ik dat het halverwege vocaal word overgenomen door gitarist/zanger Luther ‘Guitar Junior’ Johnson (met deze Luther had ik ruim 30 jaar later bijna een tour in Europa gedaan…). Dit nummer ben ik sindsdien in ongeveer 95% van mijn optredens, als een soort eerbetoon aan dit eerste moment op het podium, blijven doen. Het tweede nummer was dus het prachtige “Goodmornin’ Mr. Blues” van Otis Spann. Ik had het gedaan; ik had twee nummers gezongen in DE Haarlemse Jazzclub. Ik zal nooit vergeten dat na afloop een vrouw (Nellie heette ze) op
Robbert Fossen

november 2024

Als kind van een pionier op het gebied van de in Europa gespeelde Boogie-Woogie & Blues zou je al snel denken dat die muziekstijl er met de paplepel werd ingegoten. Uiteraard was er in ons huis in Krommenie ‘weleens’ muziek als mijn vader zelf wat zat te spelen, maar er werd echter vrijwel nooit muziek gedraaid. Logisch eigenlijk wel, want iemand die 3,4 of soms 5 keer in de week optreedt heeft dan eigenlijk wel even genoeg muziek gehoord. Wat dat betreft herhaalt de geschiedenis zich als ik zelf kijk naar hoeveel mijn kinderen hebben meegekregen en meekrijgen van ‘muziek in huis’. Evengoed, DNA verloochent zich niet en bewandel ik dus nu reeds 31 jaar hetzelfde pad als mijn vader. De eerste keer dat ik zelf echter bewust een plaat ‘meemaakte’ was door toedoen van mijn buurjongen die in 1987 het pas uitgebrachte U2-album ‘The Joshua Tree’ aan mij liet horen. Wat een sound… En die gitaar… Hele landschappen trokken aan mijn ogen voorbij. Later, toen ik een platenspeler kreeg dook ik direct in de zeer bescheiden ‘collectie’ van mijn vader en moeder. Little Richard, The Rolling Stones, Erroll Garner, Ten Years After, Elvis, Randy Newman etc. Prachtig vond ik het. Zo ook ‘A hard Road’ van John Mayall & The Bluesbreakers. Dat werd een van mijn favorieten toen ik later begon met gitaarspelen. Ik heb die LP nog eens laten signeren door John Mayall. Maar ja… Die heeft Kees Dusink al genoemd… Hmmm… Dan kies ik nu voor de dubbel-lp ‘John Lee Hooker & Canned Heat’ met als hoogtepunt de 12-minuten durende versie van ‘Boogie Chillun’ met daarin een absolute weergaloze glansrol voor Alan Wilson die daar een stuk mondharmonica op blaast waar ik tot op heden kippenvel van krijg. Mijn vader kon daar ook enorm van genieten. Die power, die puurheid! Wat mij betreft een ondergeschoven kindje, zowel deze vertolking als Alan Wilson zelf. Enjoy!
Ruben Hoeke

oktober 2024

Voor mij begon het niet met blues; ik was 12 jaar en lag ’s avonds met mijn kleine transistorradiootje onder de dekens te luisteren op de middengolf naar ‘Beatleshour’ op radio Luxemburg. De Beatles vond ik geweldig, de Stones op 2 en er was een Engelse band, The Yardbirds, met als gitarist ene Eric Clapton, nooit van gehoord…. maar…toen kwam 1966. Ik speelde inmiddels basgitaar in een schoolbandje en via vrienden ontdekte ik een LP van John Mayall’s Bluesbreakers met Eric Clapton, het beroemde ‘Beano album’ (zet je die in je platenkast trouwens bij de M of de C?). Geweldig, wat een power in die muziek. Wie had die nummers allemaal geschreven? Daar moest meer van zijn. En wat een sound haalde Clapton uit zijn gitaar en hoe deed ie dat? Het bleek een Gibson Les Paul met een Marshall amp, nu bekend als de Bluesbreaker, man wat een geluid! In de etalage van muziekwinkel Leny Bossink in Apeldoorn stond onder andere een heuse Marshall Bluesbreaker in de etalage! Je ging toen als snotaap van 14 niet zomaar naar binnen; mijn vrienden en ik stonden regelmatig met onze neus tegen de etalageruit gedrukt en te dromen. Daar bleef het bij, want ik ben nooit gitaar gaan spelen, de basgitaar bleef. Die LP heb ik grijs gedraaid tot het niet meer ging (ook de hoes is niet ongeschonden uit de strijd gekomen, zie foto). Ik was verkocht aan de blues en ontdekte daarna natuurlijk Nederlandse bands als Cuby and the Blizzards en Living Blues en al die fantastische Amerikanen, zoals BB-, Albert- en Freddie King (ik prijs me zeer gelukkig de laatste tweemaal live te hebben gezien begin jaren ’70 in het openluchttheater in Lochem en Paradiso Amsterdam), Muddy Waters, Howlin’ Wolf, Otish Rush, enzovoort; een lange lijst. Die liefde voor blues en nauw hieraan verwante muziek ben ik nooit meer kwijtgeraakt. Dank aan al die helden!
Eric Bagchus (Flavium)

september 2024

De LP van de maand kiezen voor Blues in Wijk… Ontzettend tof om te mogen doen, maar dan blijkt het toch een hele kluif te zijn! Verschillende LP’s hebben namelijk een grote bijdrage geleverd aan de stijl van mijn eigen muziek, dus welke kies je dan?… Brother Dege? Door zijn muziek ben ik slidegitaar en op een resonator gaan spelen. Rory Gallagher? Of wordt het dan toch… Ja! Dan wordt het toch Robben Ford. Want zonder deze blues gigant was ik helemaal niet in aanraking gekomen met de blues. Het album ‘Talk To Your Daughter’ is voor mij de reden geweest dat ik de blues wilde leren spelen op de gitaar. Dit liedje en het album zijn voor mij echt een waardevolle herinnering. Tijdens mijn studie aan het conservatorium ben ik op enig moment de richting van mijn eigen muziek kwijtgeraakt. In het afstudeer jaar deed je onderzoek naar een artiest of muziekstuk. Ik was op dat moment het spoor bijster, had geen idee wat ik moest kiezen! De zoektocht naar mijn muziek bracht me bij mijn oude telefoon die ik al een paar jaar niet meer had bekeken. Daar kwam ik allemaal MP3’tjes op tegen. Het nummer ‘Talk To Your Daughter’ kwam voorbij en ik weet nog dat het voelde als een ‘donderslag bij heldere hemel.’ Ik bedacht me: dit is wat ik wil! Gewoon met emotie gitaarspelen en bam! Dat vond ik in de blues. Voor mij zit het in dit nummer in het intro, hoe zijn gitaar erin knalt. Technisch is het heel erg goed gespeeld, maar toch zit er ook heel veel gevoel in zijn spel. Op precies de juiste momenten geeft hij ruimte aan zijn solo. Er zijn veel goede bluesgitaristen, maar bij Robben Ford ben ik altijd weer onder de indruk hoe hij het ook melodisch weet aan te kleden. Het is voor mij een ontzettend gebalanceerd album. Vol met blues traditionals en zijn eigen interpretatie hiervan, maar ook uitstapjes naar een meer ‘soul- en fusion’-achtige sound zoals bij het nummer ‘Help The Poor’. Zijn solo’s op dit album zijn elke keer weer ‘on point’, bluesy en met uitstapjes naar andere stijlen. Eén keer heb ik hem live mogen aanschouwen. Hij was al een poos niet meer in Europa geweest en ik wilde hem heel graag een keer live zien. Dus toen hij naar Parijs zou komen in het theater ‘Le Trianon’ had ik meteen tickets besteld. Ondersteund door jonge muzikanten bracht hij een fantastische liveshow. Hoewel hij zelf een enorm rustige energie uitstraalde waren zijn solo’s doordrenkt van emotie. Halverwege de show begaf zijn versterker het waarop hij een poosje luchtgitaar ging spelen. Eenmaal terug in Nederland kwam ik erachter dat hij twee maanden later praktisch om de hoek zou optreden haha.
Merel van de Keer

augustus 2024

Hoewel The Nighthawks al sinds 1972 bestaan koos ik voor deze plaat uit 1993. Door het feit dat ik als zanger-gitarist vanuit de rockablilly-scene in de blues ben gerold heb ik eigenlijk eerst kennis gemaakt met de (toen) modernere bluesartiesten.  Zo hoorde ik in een bluesprogramma op de Belgische radio voor de eerste keer van Microwave Dave and the Nukes. Dat beviel me wel maar ik heb er toen verder geen aandacht aan geschonken. Een tijd later was ik op roadtrip in de zuidelijke staten van de USA en kwam ik als bij toeval terecht in een club in Nashville, Printers Alley genaamd. Op het podium stond een drumkit met daarop de naam van Microwave Dave. “Het zal toch niet?” dacht ik bij mezelf, maar het was wel degelijk zo.  Die avond genoten we van hun optreden en nadien gingen we een praatje maken omdat ik destijds ook artikels schreef voor ‘Back to the Roots’.  We hadden een leuke babbel en Dave nodigde me uit om de dag nadien terug te komen luisteren. Zo gezegd zo gedaan en de dag nadien, op mijn verjaardag, waren we weer in Printers Alley.  De band kwam binnen, begroette ons en ik vertelde hen dat ik jarig was. Halverwege hun gig stopten ze plots: “We have a birthday in the house”, riep Dave en ik mocht op het podium komen.  Daar kreeg ik van hem mijn eerste mondharmonica cadeau en moest ik meespelen met de band. Ik deed erg mijn best maar veel goeds kwam er niet uit. Ik nam de harmonica mee naar huis en op een bepaalde dag zette ik ‘Rock This House’ van the Nighthawks op. Ik probeerde op het eerste nummer, het titelnummer, een beetje mee te spelen en ik hoorde dat de toonaard op zijn minst al klopte. Dat nummer heb ik nadien ongeveer 2500 keer gedraaid en elke keer probeerde ik mee te spelen en elke keer ging het ietsje beter. Eigenlijk kan ik dus zeggen dat Mark Wenner mij mondharmonica heeft leren spelen, begeleid door Danny Morris. Jaren later besloot ik zelfs om op het podium geen gitaar meer te spelen en me volledig toe te leggen op zang en mondharmonica, en tot op de dag van vandaag ben ik nog altijd blij dat ik toen op de juiste dag Printers Alley in Nashville binnenwandelde. En ‘Rock This House’ zet ik nog geregeld op omdat het een goeie plaat blijft en met Bill & The Burners spelen we nu zelfs hun versie van ’16 Tons’.
Wim de Vos (Howlin’ Bill)

juli 2024

In 1962 zagen twee Duitse promotors, Horst Lippmann en Fritz Rau, een commerciële kans om een jaarlijkse blues package tour naar Europa te organiseren die negen jaar zou duren en een renaissance zou kennen in de jaren tachtig. Ze brachten een verzameling van enkele van de beste Afro-Amerikaanse bluesmuzikanten uit de Amerikaanse scene mee. Legendarische namen door de jaren heen waren onder andere T-Bone Walker, Muddy Waters, Howlin’ Wolf, Junior Wells, Son House en Skip James. Deze bluesartiesten werden overgeplaatst van optredens in luidruchtige Amerikaanse buurtbars naar optredens in concertzalen en theaters die ontworpen waren voor opera’s en klassieke muziekconcerten met een perfect ontworpen akoestiek en een stil en verfijnd Europees publiek. Dit publiek zat met een uitgestreken gezicht, gekleed voor een chique concertervaring, zwijgend en geconcentreerd kijkend en luisterend naar elke noot die elke artiest zong en speelde – net als een operazanger, orkest of strijkkwartet. Alle artiesten werden enthousiast ontvangen, maar tijdens de tournee van 1963 stak er één artiest met kop en schouders boven de rest uit, zowel bij de critici als bij het publiek. De onbetwiste ster van de show was blues harmonica meester Sonny Boy Williamson. Als we vandaag de dag naar de videobeelden kijken, zien we dat sommige van deze klassieke bluesartiesten moeite hebben om zich te ontspannen en te werken in de zeer geformaliseerde situatie en met veel minder volume, maar veel meer detail dan bij een baroptreden nodig zou zijn. Sonny Boy niet, hij floreerde in deze omstandigheden. Hij wist dit enorme, verfijnde en doodstille publiek te boeien door zich in te houden tijdens het spelen en zingen. Als hij optrad was het niet zomaar een gedachteloze golf van ongelooflijk muzikaal talent. De ijzingwekkende muzikale magie kwam van de messcherpe spanning die hij creëerde door zichzelf in te houden en te proberen zo weinig mogelijk noten te spelen, maar elke noot te doordrenken met zoveel mogelijk muzikale gedachten en gevoeligheden (ritmisch, textuur, dynamisch, tonaal en emotioneel) als hij kon. Hij leek tijdens zijn optreden zowel zichzelf als het publiek te willen fascineren, terwijl hij deze complexiteit verborg achter een ‘couldn’t care less’-houding – een klassieke ironische dubbele bluf waarvan het publiek subtiel op de hoogte werd gesteld door de niet onbewuste glinstering in zijn ogen.  Zijn aanpak werd door niemand minder dan The Sunday Times omschreven als “perfecte artisticiteit” en door een recensent van een Europese krant uit Straatsburg werd hij omschreven als “Homo Ludens (de geest van het spel) in menselijke vorm”. Sonny Boy bleef na afloop van de tournee in Europa en werkte daar verder met het trio van pianist Memphis Slim, gitarist Matt Guitar Murphy en drummer Billie Stepney. In november 1963 werden alle hierboven beschreven artistieke kwaliteiten van Sonny Boy en meer, vastgelegd in een marathonopnamesessie voor Storyville Records in de studio van geluidstechnicus Ivar Rosenberg in Kopenhagen, dat zich in een kleine bioscoop bevond. Ik denk dat ze ongeveer 19 tracks op één avond opnamen die werden verdeeld over verschillende releases in de daaropvolgende jaren en de critici gingen uit hun dak in die tijd – Paul Oliver, de beroemde Blues schrijver, beschouwde de opnames als Sonny Boy’s beste en er waren lovende kritieken in de Britse Jazz en Blues tijdschriften. De beste compilatie van de opnames was van Bruce Igluaer van Alligator Records die zijn release in de vroege jaren 1990 “Keep It To Ourselves” noemde. Het is sindsdien beschreven als een van de best klinkende bluesplaten aller tijden en werd audiofiel uitgebracht op 200g vinyl. Toen ik op mijn negentiende voor het eerst Sonny Boy’s harmonica-introductie hoorde bij het eerste nummer van het album ‘The Sky Is Crying’, kreeg ik rillingen en werd ik gegrepen door het intieme muzikale en emotionele detail van het hele album. Dit is een album van dichtbij, met het gevoel en de dynamiek van klassieke kamermuziek of jazz op laag volume. Mike Rowe beschreef Sonny Boy in zijn beroemde boek “Chicago Breakdown” als een “autonoom creatief genie”. Hij leidde een zwervende levensstijl en leek op dit album “volledig opgesloten te zijn in zijn eigen realiteit”. Volgens David Whiteis in zijn Chicago Reader recensie die ook de opmerkelijke reactie schreef  dat deze Sonny Boy Copenhagen opnames een zoetheid hadden die niet duidelijk was in zijn eerdere USA volledig elektrische platen voor Chess. De magie van Sonny Boy is dat hij zijn eigen muzikale wereld creëerde met zijn eigen logica en emotie, net als Django Reinhardt, waar je in meegezogen wordt en steeds weer opnieuw naar luistert. Ik heb het gevoel dat zijn kunst het best tot zijn recht komt op dit prachtige album waar ik de afgelopen 28 jaar naar heb geluisterd en dat een belangrijke inspiratiebron is geweest in mijn carrière: Het  meest recentelijk bij het idee om “Up Close With The Blues” te maken: het BMA bekroonde akoestische album met Joe Louis Walker en Bruce Katz dat ook op Alligator Records verscheen.
Giles Robson

juni 2024

Op een avond in 1984 of 85 kwam mijn vader thuis met dit album – Albert King ‘New Orleans Heat’. Hij vertelde me dat hij het ’s avonds laat op de radio had gehoord en dat hij het moest hebben omdat hij het nummer ‘The Feeling’ geweldig vond. Ik was 14 of 15 en had al een stijgende belangstelling voor Blues. Als gitaarspelende tiener in het midden van de jaren 80 was mijn belangrijkste bluesgitaarheld natuurlijk Stevie Ray Vaughan, maar ik denk dat dit Albert King album voor mij de deur opende naar de echte jongens zoals Otis Rush, Little Milton, Jimmy Johnson en anderen. Waarom deze late jaren 70 mix van diepe blues en weelderige, funky arrangementen een snaar raakte bij een Duitse tiener – ik weet het niet. Ik denk dat je je muzieksmaak niet kiest – het gebeurt gewoon als je je ermee kunt verbinden.  Ik heb vele uren doorgebracht met het jammen van ‘New Orleans Heat’ in mijn kamer en ik denk dat het mijn speelstijl en mijn smaak voor bluesmuziek tot op de dag van vandaag heeft beïnvloed, hoewel ik in mijn twintiger jaren ook veel hield van Texaanse gitaristen en Jump Blues. Albert King is voor mij als een langzaam rijdende Ferrari. Je kunt de immense kracht en energie voelen, maar hij hoeft het niet te bewijzen – het is er de hele tijd. De “Velvet Bulldozer” had ook de passende autoriteit voor zijn meestal no-nonsense songmateriaal. Albert King’s zang en spel was altijd sterk en ontspannen tegelijk. Hij overspeelde nooit, maar heel af en toe schoot hij uit alle cilinders en liet hij iedereen zien hoe het moet met maar een paar noten.
Kai Strauss

mei 2024

‘Beware of the Dog!’ is voor mij een meesterwerk waar elke noot doordrenkt is van pure rauwe blues energie. Het album raakt mij diep in mijn ziel en brengt heel veel herinneringen teweeg.  Het opwindende openingsnummer ‘Give Me Back My Wig’ zet meteen de juiste toon. De rauwe, ongepolijste klanken van Hound Dog Taylor’s gitaar trekken de aandacht en weven een verhaal van passie en authenticiteit. Zijn unieke speelstijl, gekenmerkt door rauwe slidegitaar en intense, emotionele vocalen, dompelen je meteen onder in de diepte van zijn muzikale expressie. Andere hoogtepunten van het album zijn: ‘Let’s Get Funky’, ‘Comin’ Around The Mountain’, ‘It’s Allright’ en ‘Freddies Blues’.  Elk nummer voelt als een ontdekkingsreis binnen de blueswereld, waarbij Hound Dog Taylor zijn eigen stempel drukt met zijn eigenzinnige gitaarspel dat wordt aangevuld door de strakke ritmesectie van Brewer Phillips & Ted Harvey, die de muziek voortstuwt met een onweerstaanbare energie.  Wat het album echt opmerkelijk maakt, is de ongepolijste, spontane live sfeer die het uitstraalt. Het brengt je meteen naar een zwoele intieme bluesclub. Dit creëert een unieke luisterervaring die de zintuigen prikkelt en een diepgaande waardering voor de rauwe schoonheid van de blues cultuur oproept. ‘Beware of the Dog’ is niet zomaar een album: het is een muzikale schat die de tijd overstijgt. Het heeft de kracht om emoties te wekken, herinneringen op te roepen en je te laten meedeinen op de golven van tijdloze blues. Hound Dog Taylor’s erfenis leeft voort in dit meesterwerk, en het blijft een bron van vreugde en inspiratie voor iedereen die zich openstelt voor de kracht van oprechte muziek.  Het was dan ook dit album dat mij inspireerde om mijn eigen Hound Dog Taylor Tribute op te nemen. Zo komen de volgende songs van ‘Beware Of The Dog’: ‘Give Me Back My Wig’, ‘Let’s Get Funky’ en ‘Freddie’s Blues’. Ik heb zeer genoten van de live shows die ik samen mocht spelen met Richard van Bergen en King Berik, waar we de rauwe energieke muziek- beleving van Hound Dog Taylor wilden terugbrengen. Ons tweede album “How How How” was ook volledig geïnspireerd op de muziek en energie van Hound Dog Taylor.  ‘Beware Of The Dog!’: een absolute aanrader.  
Guy Verlinde

april 2024

Bijna 20 jaar oud en voor het eerst op kamers. Één kamer om precies te zijn, maar wel met gebruik van de gemeenschappelijke keuken en douche. Na twee weken van deze onmetelijke vrijheid te hebben geproefd, kwam een onverwacht telefoontje. “Vader hier, ik kom bij je langs”. Schrik, spanning, maar wel leuk. Snel de boel opgeruimd. Twee weken frank en vrij wonen had de kamer inmiddels veranderd in een verbazend grote bende. Waar is de wasmand? Hm, die heb ik niet. Dan maar alles onder het bed. Het van moeder meegekregen flesje eau de cologne kwam goed van pas in deze. Vader kwam binnen met een enorme doos. “Hier Leendert, dit kan je vast goed gebruiken”. De doos puilde uit van de blikken conserven en zelf ingemaakte weckflessen. Die hele week heb ik soep, sperziebonen en hachee uit blik gegeten. De doos was na deze week nog bijna vol maar ik heb alles in de vuilnisbak gegooid. Het is na een dag of zeven vast allemaal bedorven, dacht ik. Veel later pas begreep ik het concept van het houdbare voedsel. Conserven en geweckte groenten blijven jarenlang goed. Oeps, foutje. Ik heb het vader nooit durven vertellen. Denken dat je al veel weet. Zo was het ook met de muziek. De Stones, Zeppelin, Hendrix, ik kende het allemaal. Had ook inmiddels een heuse pick-up met een stuk of 50/ 60 platen. Mijn collectie was al heel wat. Maar kende je echt al zoveel? Nee natuurlijk niet. De grote ontdekkingsreis was nog maar net begonnen. Gelukkig maar. Onze huisbaas – een tikje excentrieke, maar oh zo’n lieve man – was een stukje ouder dan ons en draaide tijdens het eten koken heel andere muziek dan wij gewend waren. Toegegeven, in eerste instantie negeerde ik zijn muzikale smaken maar langzamerhand begon ik er iets meer van te begrijpen. Niet lang daarna kwam de grote klapper. Huisbaas Joop draaide muziek die ik nog nooit gehoord had. Muziek die vanaf dat moment alles veranderde. Muziek die helemaal niet leek op de rock, blues en pop die ik gewend was. Op de draaitafel lag de lp ‘Bongo Fury’ van Frank Zappa. Een live plaat uit 1975 met een gastoptreden van de legendarische Captain Beefhart. Totaal onbekend terrein voor mij. Nou ja, de naam Zappa kende ik van een top40 hitje maar dat kwartje was toch echt nog niet gevallen. Maar nu deze plaat! Totaal absurde maar ook zeer aanstekelijke muziek die mij volledig in de greep had. Hier wilde ik meer van horen. Snel naar de winkel en de LP gekocht. Wekenlang lag dat ding op de pick-up. Na het werk gelijk draaien, de a- en b-kant, achter elkaar door. Geluid op 10. Mijn huisgenoten vonden het minder maar dat was dan jammer. Ze moesten maar wennen aan mijn nieuwe liefde. In de maanden en jaren daarna zo`n beetje alles van Zappa aangeschaft. De man werd mijn held. Ook twee concerten bezocht. Het zijn mijn mooiste herinneringen. Voor de leek is dit wat moeilijk te begrijpen. De muziek van Zappa is vaak niet erg toegankelijk, maar als je er de tijd voor neemt en er voor open staat gaat er een wereld voor je open. Mijn muzikale wereld ging open bij ‘Bongo Fury’. De plaat die alles op zijn kop zette. De plaat die maling had aan alles wat hoorde in de muziek. De plaat die zo belangrijk voor mij is geweest. Dankjewel Joop, ik hoop dat het goed met je gaat. “Music is the best” FZ
Leen Wander

maart 2024

Toen ik begin jaren tachtig ongeveer 14 jaar oud was, had ik een cassettebandje met daarop muziek van Prince, het nummer Purple Rain. Ook kende ik uit de bladen foto’s van hem, in paars gekleed met wijde bloes, kraagje en pofmouwen, de mode in die tijd. Het had iets Hendrix-achtig die ik ook wel eens op foto had gezien maar ik kende zijn muziek toen nog niet. Eigenlijk verwarde ik twee artiesten. Nu speelde mijn broer in een band en met de drummer daarvan sprak ik over dat cassettebandje van Prince. Ik zei tegen hem ‘Dit is een mooi nummer van Prince maar volgens mij heette hij vroeger Jimi Hendrix’ waarop de drummer zei dat Jimi Hendrix heel andere muziek maakte. ‘Geef mij dat cassettebandje maar eens dan zal ik op de rest ervan muziek van Jimi Hendrix zetten.’Dit werd de elpee The Jimi Hendrix Concerts. Deze plaat heb ik kort daarop zelf gekocht. Zelf speelde ik ook al een beetje gitaar maar na het horen van deze elpee dacht ik ‘wat is dit nou?’ De plaat is live opgenomen met al die feedback, en het rammen tegen de versterker, smashing the amps en met nummers als I Don’t Live Today en Red House. Dat laatste nummer begint als blues maar eindigt op de plaat heel wild. Ik snapte er helemaal niks van, live en dan zo ruig en grof. Maar naarmate ik meer luisterde, vond ik dit toch wel heel anders en prachtig. Vooral het nummer Little Wing, wat een geluid, volvet! Dit smaakte naar meer en vervolgens kocht ik ook Are You Experienced? Dit was een studioalbum en wat overzichtelijker en als gitarist gemakkelijker uit te zoeken maar ik was toen al gegrepen door live uitvoeringen van Hendrix. En ik ben hem altijd geweldig blijven vinden. Nog even over de elpee, de hoes ervan is een waar kunstwerk, een schilderij met vage contouren in geel en blauw maar onmiskenbaar de beeltenis van Jimi met zijn gitaar.
Gerrit Veldman

februari 2024

Het was meestal midden in de nacht, rond een uur of 4. De eerste seconden, die wel op minuten leken, wist ik niet precies meer waar ik was of hoe laat het echt was. Naast mijn bed dansen de groene, oranje en rode lampjes van de equalizer op mijn stereotoren nog vol energie op en neer. Terwijl in mijn inmiddels vermoeide oren Freddy King “If you keep trying you’ll make it through” zingt en zijn gitaarspel blijft doorgalmen, besef ik dat het inmiddels tijd is om de muziek uit te zetten en te gaan slapen zonder koptelefoon op mijn hoofd. Morgen weer een dag. En ga er maar vanuit dat dat wéér een dag is waar ‘Freddy King – His Early Years’ gedraaid gaat worden. In mijn late tienerjaren kwam ik er via Jimi Hendrix achter dat er zoiets bestaat als blues. Een oom van mij was muzikant en hij had een aantal platen op cassettebandjes opgenomen, waaronder deze verzamel LP van Freddie King: His Early Years. En binnen no-time was ik geobsedeerd door oude blues waarbij de vroege opnames van Muddy Waters en Freddy King bovenaan mijn ranglijsten stonden. Ik had de gitaar net weer opgepakt, nadat ik door jaren van ziekte niet had kunnen spelen. En Freddy’s jankende, schreeuwerige zang die hij perfect afwisselde met die puntige en dan weer schreeuwende, jankende noten op zijn gitaar pasten perfect bij die periode. En als er één doel in mijn leven was, dan was het om gitaar te leren spelen zoals Freddy. En dus besloot ik om mijzelf te brainwashen door ’s nachts het cassettebandje met Freddy King – His Early Years weer op repeat te zetten en in slaap te vallen met de prachtige klanken van deze gigant.
Steven van der Nat (Little Steve & the Big Beat)

januari 2024

The Soul of Blues Harmonica uit 1964 (Chess) van Big Walter “Shakey” Horton was de eerste plaat die heel belangrijk voor mijn harmonica spel is geweest. Zijn melodieuze manier van spelen is wat mij raakte. Ik heb Walter live gezien op de Blues Estafette in Utrecht in 1981.  Zeer indrukwekkend en ik stond aan de grond genageld. Er mochten geen foto’s van hem gemaakt worden kan ik mij herinneren. Hij had met name last van het flitslicht. Ik was daar met Klaas Vermeulen (bevriend harmonicaspeler, overleden op 27 november 2020) en Rien en Marion Wisse van het toenmalig Blues Magazine Block. Easy is een van de nummers van Big Walter dat ik nog steeds speel (afgeleid van Ivory Joe Hunter’s ‘l Almost lost My mind’, dat werd opgenomen door Sam Phillips bij Sun Records in Memphis. Big Walter Horton zijn melodieuze manier van spelen is wat mij zo aanspreekt, zijn invloeden komen van de muziek uit zijn tijd en dat is te horen, zoals Bigband- en Jazzbands. Easy staat ook op mijn CD ‘Gait’, uitgebracht in 2010. Ik kan iedereen aanraden daar eens naar te luisteren.
Gait Klein Kromhof (Bluesmuzikant - Champagne Charlie)

december 2023

Waarom dit album? En niet een oude blues held, zoals ‘John Lee Hooker’ of ‘Muddy Waters’? Dit album is voor mij het beste blues album van nú! Het is een soloalbum èn ook nog eens een akoestisch album. Twee dingen waar ik zelf ook voor sta en als kers op de taart ook nog ’ns live… De perfectie van het totaal niet perfect zijn, is voor mij de perfectie! Zijn ‘National’ gitaar klinkt zo puur en direct, zijn stem is nog niet gesmeerd… Ian zet deze middag iets heel bijzonders neer. Hij is in topvorm, zijn spel is puur rauw en vol met passie. De setlist van deze middag is fantastisch, van oude blues classics tot Gospel, aangevuld met eigen werk. Hij babbelt het geheel aan elkaar met leuke verhalen en anekdotes. Het album is opgenomen door de BBC, live in de Royal Albert Hall op 31 oktober 2013.  “HET concert waar je bij had moeten zijn!” Gelukkig is er dit live album van gemaakt. Ik weet zeker dat er nu meer mensen zijn die dit concert zeggen bijgewoond te hebben, dan er daadwerkelijk bij waren…zo werkt dat: “Oh ja daar was ik die avond ook bij, het was ongekend goed!” Het album begint met het nummer ‘The Silver Spurs’, gelijk erin met een uptempo blues. Je hoort hem zuchten en steunen nog helemaal niet warm gespeeld. Hij zet het neer zoals je het wilt horen en dan komt zijn stem, deze breekt en het is perfect. Zo volgen de nummers elkaar op en na het 3denummer ben je erbij, die middag in oktober. Het zweet loopt door je woonkamer speakers en de geur van alcohol en sigaretten van de avond ervoor doordringen je neusgaten als wierook. Met de aankondiging van het laatste nummer, een Traditional uit 1850 ‘Hard Times’ van Stephen Foster (een groot liedjesschrijver uit 1800) is het album afgelopen… Het enige wat er overblijft: “Was ik er maar bij geweest op die middag in oktober 2013 in London!” Veel luisterplezier!
Robbert Duijf

november 2023

Toen ik dit verzoekje ontving om m’n favoriete/belangrijkste LP te noemen, ontstond er onmiddellijk chaos in mijn hoofd. Help! Aretha Franklin, Bonnie Raitt, Howlin’ Wolf (heel hoorbaar aanwezig), Ray Charles, Robert Wilkins, Snooks Eaglin, Otis Rush meldden zich allemaal als mijn favoriet…Van Morrison deelde een paar fikse duwen uit links en rechts, want hij was toch mijn favoriet? En Hank Williams, en Steve Winwood dan? Nee, hier ga ik niet uitkomen, er is domweg te veel goeie muziek gemaakt. Favoriete band dan?  Stones, Duke Ellington, The Band, Little Feat (O ja, Lowell George… stond er ook nog tussen. Hoe hij Long distance love zingt, zo mooi). En dan heb ik nu zeker nog 10 andere “favorieten” niet genoemd… Kortom ik ga me beperken tot een LP die mij als 15-jarige daadwerkelijk aangezet heeft tot het zingen van de blues. Dan dient zich weliswaar meteen weer een keuze-stress moment aan. Ik werd n.l. door de blues gegrepen op de toendertijd (en dan heb ik het over midden/eind jaren 60) bekende wijze: via de Nederlandse en Engelse bluesbands. En daarna door hun inspiratie-bronnen. Ik was met name helemaal weg van (en ook beetje verliefd op Eelco Gelling) de LP Groeten uit Grolloo van Cuby & the Blizzards, in de toenmalige bezetting, ook met Herman Brood. Het nummer Somebody will know someday was de absolute favoriet, met die prachtige pianopartij en meesterlijke solo van Eelco. Maar toen kwam John Lee Hooker in mijn leven. Ik speelde zelf al geruime tijd gitaar maar wilde op die leeftijd eigenlijk liever zingen, en het nummer waardoor ik eigenlijk een blues-singer geworden ben stond op een LP van John Lee Hooker. Dat was wel even Something Else: die stem, die hypnotiserende gitaarlicks. Ik kwam erachter dat ik best een bluesschema kon spelen, en één van mijn favoriete nummers was “I’m in the mood” op die bewuste plaat. Dit was wat ik wilde kunnen, met die intensiteit muziek maken! Uiteraard eerst alleen op mijn kamer…. 5 jaar later, op mijn twintigste werd ik gevraagd door Barrelhouse en datzelfde nummer werd heel lang het succesvolle laatste nummer van onze optredens. Uiteraard in een echte opwindende Barrelhouse- bewerking….  Dus, vandaar toch de keuze voor: John Lee Hooker Anthologie du Blues nr.4 ! Kijk ook nog even naar de jonge John Lee Hooker op Youtube met Serves me right to suffer uit 1969 en je begrijpt wat ik bedoel….
Tineke Schoemaker (Barrelhouse)