Travellin in the U.S.A.

In 1963 kwam ik in Beverwijk wonen, een puber van toen 12 jaar, met een flink Brabants accent, nog zo bleu als een pakje boter en ging daar de LTS en later de MTS doen. Mijn muzikale ontwikkeling stond nog in de kinderschoenen, maar de Beatles waren wel beter dan de Stones. Je moest kiezen natuurlijk. In Beverwijk en omstreken streden in de zestiger jaren de Bintangs en de Hamlets om de lokale populariteit. Er was een moment dat ik ’s morgens naar school ging en mijn blik werd getrokken naar de, niet meer in gebruik zijnde, gashouder van de gemeente. Een torenhoog ding waar voor die tijd lokaal de gasopslag plaatsvond. Nu werd hij helemaal bovenaan gesierd door metershoge letters die de naam BINTANGS vormden. Een actie van de inmiddels behoorlijk actieve fanclub van de band. Het werd het gesprek van de dag en een boost voor de populariteit van de band.

Het moest ervan komen om eens naar een optreden te gaan en dat werd de parkeerplaats boven op het duin in Wijk aan Zee. Daar werd ik voor het eerst getroffen door de klanken van de Bintangs. Wat een klereherrie, daar kan Basic Station vandaag de dag nog een puntje aan zuigen. Het had me niet verbaasd als ze het in Engeland nog konden horen. Ik was dit natuurlijk totaal niet gewend, dat blijkt ook wel als ik nu hun muziek van toen nog eens terugluister, want dan blijkt dat alleszins mee te vallen. Ik moest er even van bijkomen en ging zitten op de opstaptrede van de truck die bij het podium hoorde. Daar zittend viel het me op dat ik steeds op moest staan om iemand naar binnen of buiten te laten. Van mijn wijzere vrienden begreep ik al snel dat de vrachtwagenchauffeur ook wat wilde verdienen aan het optreden en dat hij zijn cabine per 10 minuten verhuurde aan ‘liefhebbers’.  Ik had wel een vermoeden wat dat betekende, maar durfde niet naar binnen te kijken, bang om misschien wat op te lopen. Achteraf eigenlijk nog niet eens zo gek gedacht.

In die jaren kwamen er al wel wat singeltjes uit, maar pas in 1969 de eerste LP – Blues on the Ceiling. Die vond ik wat matig, maar gelukkig kwam een jaar later Travellin’ in the U.S.A. Een LP waar zeker enkele nummers op staan die ik als echte Bintangs muziek heb onthouden. De dwarsfluit van Jan Wijte heeft daar zeker toe bijgedragen. Ik kreeg de LP van Harry Schierbeek, de hardste drummer die ik ooit heb meegemaakt. Hij sloopte altijd wel wat, maar daar maalde hij niet om, zacht spelen was aan hem niet besteed. Ik kende hem omdat ik heel regelmatig bij zijn ouders Harry sr en tante Bep, thuiskwam vanwege een andere hobby, de radio, om precies te zijn de 27Mc. Harry was echt een gast waarvan je zegt ‘ruwe bolster blanke pit’.  Leuke tijd wel. Trouwens, ik kwam ook wel eens bij de gitarist Jack van Schie. Zijn zus was bevriend met mijn zus en ik mocht af en toe wel eens als taxi spelen. Leuke gast die Jack.

Travellin’ in the U.S.A.

Deze LP bevat zeker drie nummers die ik echt ‘Bintangs sound’ vind. Dat zijn Ridin’ on the L&N, Agnes Grey en Travelling in the U.S.A. De laatste heeft in 1970 zelfs een top10 notering gehad in de hitlijsten. Op de voorkant van de hoes staat een mooie zwart-wit foto van de toenmalige bezetting Frank Kraayeveld, Jan Wijte, Arthy Kraayeveld, Rob van Donselaar, Aad Hooft en zanger Gus Pleines. Naast het repertoire van de band was het vooral de stem en het uiterlijk van Gus dat ervoor zorgde dat de Bintangs erg vaak vergeleken werden met de Rolling Stones, net zo’n grote bek en net zo’n manier van doen op het podium. Kortom, dit is de Bintangs LP die ik nog steeds de mooiste vind.